Veel werkgevers denken dat elektrisch rijden voorspelbaarder is dan rijden op brandstof. De gedachte is logisch: een elektrische auto verbruikt stroom, stroom heeft een prijs en dus zouden de kosten redelijk overzichtelijk moeten zijn. De praktijk blijkt een stuk complexer. Wie met een elektrische auto door Nederland rijdt, betaalt namelijk niet overal hetzelfde tarief. Sterker nog: de kosten van een laadsessie kunnen aanzienlijk verschillen afhankelijk van de gemeente, de laadpaal, de laadpas en zelfs het moment waarop geladen wordt.
Voor organisaties met medewerkers verspreid over meerdere regio's kan dat ongemerkt een flinke impact hebben op de totale mobiliteitskosten. Juist daarom wordt inzicht in laadgedr
Waarom verschillen laadtarieven eigenlijk?
De grootste oorzaak is dat er geen landelijke standaard bestaat voor publieke laadtarieven. Gemeenten besteden laadinfra uit aan verschillende exploitanten. Daarnaast hanteren laadpasaanbieders en roamingpartners hun eigen prijsstructuren. Het gevolg is dat twee identieke auto's voor exact dezelfde hoeveelheid stroom verschillende bedragen kunnen betalen.
Uit onderzoek van de ANWB naar publieke laadtarieven per gemeente blijkt dat de verschillen tussen Nederlandse gemeenten aanzienlijk kunnen zijn. Dat betekent dat een medewerker die voornamelijk in Groningen laadt, in de praktijk andere laadkosten kan veroorzaken dan een collega die voornamelijk in Amsterdam, Utrecht of Eindhoven laadt.
Voor werkgevers wordt elektrisch rijden daardoor steeds meer een datavraagstuk.
De laadpaal is niet altijd bepalend
Veel mensen kijken vooral naar de laadlocatie. Toch is de laadpaal zelf lang niet altijd de grootste factor. Ook de gebruikte laadpas speelt een belangrijke rol. Wanneer een laadpas gebruikmaakt van roaming kunnen aanvullende kosten ontstaan. Daardoor kan dezelfde laadpaal voor verschillende gebruikers tot verschillende eindbedragen leiden. Dat maakt het lastig om op basis van losse declaraties of facturen een goed beeld te krijgen van de werkelijke laadkosten.
In onze eerdere blog over MovemoveNieuwe regels rond laadpassen en verrekening: wat moet je weten? leggen we uit waarom inzicht in laadpassen en verrekening steeds belangrijker wordt naarmate organisaties verder elektrificeren. Juist wanneer meerdere medewerkers op verschillende locaties laden, groeit de behoefte aan een centrale manier om kosten te monitoren.
Woonplaats heeft meer invloed dan veel werkgevers denken
Een interessant effect van elektrisch rijden is dat de woonplaats van medewerkers steeds relevanter wordt. Bij brandstofauto's waren prijsverschillen tussen tankstations vaak beperkt en relatief eenvoudig te overzien. Bij elektrisch rijden speelt veel meer mee.
Denk aan:
- het aantal beschikbare publieke laadpunten;
- lokale tariefstructuren;
- de mogelijkheid om thuis te laden;
- regionale verschillen in laadnetwerken.
Daardoor kunnen twee medewerkers met exact dezelfde leaseauto toch een heel verschillend kostenpatroon hebben. Voor organisaties met een landelijke dekking wordt dat steeds belangrijker. Zeker wanneer elektrische voertuigen een groot deel van het wagenpark vormen.
Waarom één landelijk EV-beleid vaak te simpel is
Veel werkgevers werken met uniforme regelingen voor elektrisch rijden. Dat is begrijpelijk vanuit administratief oogpunt.
Maar naarmate de verschillen tussen medewerkers groter worden, ontstaat een nieuwe uitdaging. Want is een standaardvergoeding nog eerlijk wanneer de werkelijke laadkosten sterk uiteenlopen?
Een medewerker met een eigen laadpunt thuis heeft vaak een ander kostenprofiel dan iemand die volledig afhankelijk is van publieke laadinfra. Een medewerker in een regio met veel concurrerende aanbieders ervaart andere tarieven dan iemand die vooral aangewezen is op een beperkt netwerk.
Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen eenvoud en eerlijkheid. Voor veel organisaties ligt de oplossing niet in uitzonderingen of maatwerk voor iedere medewerker. Wel in beter inzicht in de werkelijke kosten achter het laadgedrag.
Zonder inzicht ontstaat al snel een vertekend beeld
Een van de grootste risico's binnen elektrisch rijden is dat organisaties denken grip te hebben op hun kosten, terwijl belangrijke verschillen verborgen blijven. Wanneer laadkosten verspreid zijn over verschillende aanbieders, laadpassen en declaraties ontstaat al snel een onvolledig beeld. Dat zien we ook terug in de praktijk.
Werkgevers weten vaak hoeveel zij uitgeven aan laden, maar niet altijd:
- waar geladen wordt;
- welke tarieven betaald worden;
- welke medewerkers bovengemiddeld hoge kosten veroorzaken;
- welke locaties structureel duurder zijn.
Juist nu publieke laadtarieven verder uiteenlopen, wordt dat inzicht steeds waardevoller.
Van gemiddelde kosten naar slimme sturing
Voor wagenparkbeheerders en financieel verantwoordelijken ligt de grootste winst vaak niet in het verlagen van individuele laadtarieven. De echte winst zit in inzicht. Wanneer organisaties weten waar, wanneer en tegen welke tarieven geladen wordt, ontstaan mogelijkheden om beleid slimmer in te richten.
Bijvoorbeeld door:
- medewerkers beter te informeren over laadmogelijkheden;
- thuisladen aantrekkelijker te maken;
- laadpassen efficiënter in te zetten;
- kostenverschillen tussen regio's inzichtelijk te maken.
Dat betekent niet dat iedere medewerker exact hetzelfde moet betalen of ontvangen. Wel dat mobiliteitsbeleid gebaseerd wordt op werkelijke data in plaats van aannames.
Elektrisch rijden vraagt om meer nuance
De groei van elektrisch rijden maakt één ding duidelijk: EV-kosten zijn minder uniform dan veel organisaties denken. Waar vroeger vooral gekeken werd naar brandstofverbruik en leasekosten, spelen vandaag veel meer factoren een rol. Woonplaats, laadlocatie, laadpas, roaming en regionale infrastructuur bepalen samen wat een zakelijke kilometer uiteindelijk kost. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar mobiliteit. Niet vanuit gemiddelden, maar vanuit inzicht.
Conclusie
Elektrisch rijden biedt organisaties veel voordelen, maar maakt mobiliteitskosten niet automatisch eenvoudiger. De verschillen in publieke laadtarieven tussen gemeenten laten zien dat één uniforme benadering niet altijd aansluit op de praktijk.
Voor werkgevers met elektrische rijders verspreid over Nederland wordt het daarom steeds belangrijker om verder te kijken dan de totale laadfactuur. Wie begrijpt waar kosten ontstaan, kan ook beter sturen op efficiëntie, eerlijkheid en toekomstbestendig mobiliteitsbeleid. De vraag is dan ook niet of laadkosten verschillen. De vraag is hoeveel inzicht je hebt in die verschillen en wat je ermee doet.