Halverwege 2026: waarom je mobiliteitsbeleid nu een tussenbalans nodig heeft

1 week geleden Britt Hillaert

Begin 2026 maakten veel organisaties nog mobiliteitskeuzes op basis van verwachtingen. Wat zouden brandstofprijzen doen? Hoe snel zou elektrisch rijden groeien? Wat betekenen nieuwe fiscale regels voor wagenparken? En blijven laadkosten daadwerkelijk lager dan fossiel rijden?

Zes maanden later zijn dat geen theoretische vragen meer. Halverwege het jaar ontstaat namelijk iets interessants: mobiliteitsbeleid wordt meetbaar. Werkgevers kunnen nu voor het eerst écht vergelijken wat keuzes in de praktijk opleveren. Niet alleen op papier, maar op basis van daadwerkelijke kosten, gebruikspatronen en gedrag van medewerkers. En juist dat maakt deze periode belangrijk. Want organisaties die hun mobiliteitsdata nu analyseren, kunnen in de tweede helft van 2026 veel gerichter bijsturen. Bedrijven die blijven werken op aannames uit eind 2025 lopen het risico dat hun beleid achter de realiteit aan blijft lopen.

Brandstof versus laden: de verschillen zijn nu zichtbaar geworden

De eerste helft van 2026 laat zien hoe gevoelig mobiliteitskosten blijven voor externe ontwikkelingen. Brandstofprijzen schommelden de afgelopen maanden opnieuw flink door internationale spanningen en onzekerheid rondom olie-aanvoer. Daardoor kijken steeds meer ondernemers kritischer naar de voorspelbaarheid van fossiele mobiliteit.

Tegelijkertijd worden verschillen tussen laden en tanken steeds concreter zichtbaar in wagenparken. Niet alleen tussen fossiel en elektrisch rijden, maar ook binnen elektrisch rijden zelf.

Want inmiddels zien veel organisaties duidelijke verschillen tussen:

  • thuisladen
  • publiek laden
  • snelladen onderweg
  • internationale laadkosten

Juist die nuance ontbreekt vaak nog in traditioneel mobiliteitsbeleid.

Halverwege 2026 wordt voor veel bedrijven zichtbaar dat de discussie inmiddels niet meer alleen draait om elektrisch versus brandstof, maar vooral om grip op totale mobiliteitskosten.

Elektrisch rijden verschuift van ambitie naar marktrealiteit

Ook de marktontwikkelingen zelf veranderen snel. Volgens recente cijfers van Nederland Elektrisch over verkoopcijfers van EV’s blijft het marktaandeel van elektrische voertuigen stijgen. Elektrisch rijden is daarmee niet langer uitsluitend een keuze voor voorlopers of grote corporates.

Dat zie je ook terug in de occasionmarkt. Meer ex-leaseauto’s komen beschikbaar, prijzen worden stabieler en de onzekerheid rondom batterijprestaties neemt langzaam af. In onze eerdere blog over elektrische occasions voor zakelijk rijden beschreven we al waarom juist gebruikte EV’s voor veel organisaties steeds interessanter worden.

Die ontwikkeling maakt elektrificatie toegankelijker voor:

  • kleinere bedrijven
  • organisaties met beperkte investeringsruimte
  • werkgevers die gefaseerd willen overstappen

En dat verandert de discussie binnen mobiliteitsbeleid fundamenteel. De vraag is steeds minder óf organisaties elektrisch gaan rijden, maar vooral hoe snel en op welke manier die overgang plaatsvindt.

Veel organisaties missen nog steeds inzicht in hun echte mobiliteitskosten

Toch betekent meer elektrisch rijden niet automatisch meer grip. Sterker nog: juist nu ontstaan in veel organisaties nieuwe vormen van versnippering. Laadkosten lopen via verschillende aanbieders, declaraties worden handmatig verwerkt en thuisladen blijft administratief lastig inzichtelijk. Daardoor ontstaat een situatie waarin werkgevers wel investeren in duurzame mobiliteit, maar onvoldoende zicht hebben op de daadwerkelijke kostenstructuur.

Dat speelt vooral bij organisaties waar:

  • meerdere laadpassen naast elkaar bestaan
  • medewerkers publiek én thuis laden
  • declaraties handmatig verwerkt worden
  • internationale laadkosten oplopen
  • mobiliteitsdata verspreid zit over verschillende systemen

Juist halverwege het jaar wordt zichtbaar hoeveel impact dat in de praktijk heeft. Want nu zijn er voldoende transacties, kilometers en laadmomenten beschikbaar om patronen te herkennen. Niet alleen financieel, maar ook operationeel.

Fiscale veranderingen maken mobiliteit steeds strategischer

Daarnaast spelen fiscale ontwikkelingen een steeds grotere rol in mobiliteitskeuzes. Volgens de Belastingdienst over motorrijtuigenbelasting veranderen de regels rondom voertuigen en belastingen de komende jaren verder. Dat betekent dat organisaties steeds minder alleen naar catalogusprijzen kijken, maar nadrukkelijker naar totale gebruikskosten over meerdere jaren. Voor wagenparkbeheerders en finance-afdelingen wordt mobiliteit daardoor steeds meer een strategisch vraagstuk.

Niet alleen:

  • welke auto kiezen we?
  • maar ook:
  • hoe voorspelbaar zijn de kosten?
  • welke fiscale risico’s ontstaan later?
  • hoe flexibel blijft het wagenpark?
  • welke infrastructuur hebben we nodig?

Halverwege het jaar biedt daarom een logisch moment om bestaande aannames opnieuw te toetsen aan de werkelijkheid.

Dit is het moment om bij te sturen richting H2

Veel organisaties evalueren hun mobiliteitsbeleid nog maar één keer per jaar. Maar juist in 2026 verandert de markt te snel om twaalf maanden op automatische piloot door te rijden.

De eerste helft van het jaar levert inmiddels waardevolle inzichten op:

  • hoe ontwikkelen laadkosten zich?
  • welke voertuigen worden daadwerkelijk efficiënt ingezet?
  • waar ontstaan onverwachte kosten?
  • hoe gedragen medewerkers zich onderweg?
  • welke vergoedingen sluiten nog aan op de praktijk?

En precies daar ontstaat het verschil tussen reactief mobiliteitsbeheer en strategisch mobiliteitsbeleid.

Conclusie: 2026 is geen jaar van aannames meer

De eerste helft van 2026 maakt één ding duidelijk: mobiliteitsbeleid wordt steeds minder gebaseerd op verwachtingen en steeds meer op meetbare praktijkdata.

Brandstofprijzen, laadkosten, fiscale veranderingen en gebruikspatronen zijn inmiddels zichtbaar in de dagelijkse operatie van organisaties. Dat maakt halverwege het jaar een logisch moment om stil te staan bij de vraag of bestaande keuzes nog aansluiten op de realiteit. Niet om direct alles om te gooien, maar wel om scherper te kijken naar waar kosten ontstaan, waar processen versnipperd raken en waar mobiliteit slimmer georganiseerd kan worden. Want organisaties die nu bijsturen, bouwen niet alleen aan lagere kosten of efficiëntere processen. Ze bouwen aan mobiliteitsbeleid dat ook de komende jaren beheersbaar en toekomstbestendig blijft.


MoveMove. Zakelijke kilometers, zonder gedoe! 

Ervaar binnen enkele werkdagen het gemak van MoveMove.

pas