CO₂-registratie voor werkgevers: zo voldoe je aan de rapportageplicht werkgebonden mobiliteit

2 weken geleden Celine Nebig

Al sinds 1 juli 2024 zijn werkgevers met 100 of meer medewerkers verplicht om gegevens over werkgebonden mobiliteit te registreren en jaarlijks aan te leveren bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze rapportageplicht moet inzicht geven in de CO₂-uitstoot van woon-werkverkeer en zakelijke kilometers. Veel organisaties zoeken momenteel echter nog steeds naar duidelijke antwoorden op praktische vragen: wat moet er precies worden geregistreerd, hoe richt je dit efficiënt in en welke systemen ondersteunen dit proces?


In dit artikel vind je een compleet en helder overzicht om zowel aan de wettelijke verplichtingen te voldoen als om mobiliteit te verduurzamen.

Wat houdt CO₂-registratie voor werkgevers precies in?

De verplichting komt voort uit het Besluit werkgebonden personenmobiliteit (WPM). Volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid moeten werkgevers met meer dan 100 medewerkers jaarlijks rapporteren hoeveel kilometers werknemers afleggen voor woon-werkverkeer en zakelijke ritten. Het doel is om de uitstoot van werkgerelateerde mobiliteit transparant te maken en te verminderen.
 

Binnen de rapportage wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Woon-werkverkeer (huis–werk–huis)
  • Zakelijke kilometers (ritten voor het werk)

De gegevens worden jaarlijks vóór 1 juli aangeleverd via het digitale portaal van de RVO. De jaren 2024 en 2025 zijn inzichtsjaren: er zijn nog geen normen of boetes.

Welke gegevens moet je als werkgever registreren en aanleveren?

Werkgevers leveren vier soorten data aan:

 

1. Vervoersmiddel

  • Auto (elektrisch, benzine, diesel, hybride)
  • Motor of scooter
  • Fiets
  • Lopen
  • Openbaar vervoer

2. Aantal kilometers

  • Totaal aantal kilometers per vervoertype
  • Voor auto's uitgesplitst naar brandstof

3. Medewerkers en werkdagen

  • Aantal werknemers
  • Werkdagen en werkpatronen

4. Uitsplitsing per uitstootcategorie – de CO₂-berekening wordt door de RVO gedaan.

Stap-voor-stap: zo organiseer je CO₂-registratie binnen je organisatie

Stap 1: Inventariseer alle mobiliteitsstromen en datapunten

  • Welke vormen van mobiliteit worden gebruikt
  • Waar data staat (lease, declaraties, tankpas)
  • Welke datapunten ontbreken

Stap 2: Kies een passend registratiesysteem of softwaretool

Maak gebruik van HR-systemen, declaratiesystemen, leaseportalen of data uit mobiliteitsplatforms. MoveMove kan waardevol zijn dankzij inzicht in tank- en laadtransacties, een belangrijke bron voor CO₂-berekeningen binnen wagenparken.

 

Stap 3: Wijs een verantwoordelijke rol of afdeling aan (HR, Facility, Finance, ESG).

 

Stap 4: Communiceer duidelijk richting medewerkers over wat er wordt gevraagd en waarom.

 

Stap 5: Verzamel, controleer en dien de rapportage vervolgens in bij de RVO.

Wat gebeurt er na de eerste rapportage in 2024/2025?

Eerst volgt een inzichtsfase waarin geen normen of boetes gelden. Vanaf 2026–2027 onderzoekt de overheid mogelijke emissienormen op basis van alle verzamelde data. Organisaties die nu al optimaliseren, zijn beter voorbereid op aanscherpingen.

CO₂-registratie als onderdeel van duurzaam mobiliteitsbeleid

  • Gebruik van EV’s en stimuleren van hybride werken verlagen uitstoot.
  • Fietsstimulering en OV-gebruik reduceren woon-werkkilometers.
  • CO₂-data helpt bij leasebeleid, mobiliteitsbudgetten en reductiedoelen.
  • Goede communicatie zorgt voor draagvlak.

Veelgestelde vragen over CO₂-registratie voor werkgevers

Tellen uitzendkrachten en zzp’ers mee?

Alleen uitzendkrachten in dienst; zzp’ers niet.

 

Wat als data onvolledig is?

De RVO accepteert onderbouwde schattingen.

 

Mag ik schatten?

Ja, mits logisch en realistisch.

 

Moet de data per werknemer worden aangeleverd?

Nee, alleen geaggregeerd.

Conclusie: CO₂-registratie is verplicht, maar biedt kansen voor verduurzaming

Door tijdig en slim data te verzamelen, voldoe je eenvoudig aan de RVO-regels én werk je aan strategische verduurzaming. CO₂-inzicht maakt het mogelijk om mobiliteitsbeleid te verbeteren, reductiedoelen te formuleren en voorbereid te zijn op toekomstige emissienormen.